|
Kort historisch overzicht van de spoorweg in de regio.
Reeds in 1816 opperde ene Thomas Grey, die zijn
naam gaf aan de “Greystraat
in Etterbeek, de idee om een spoorweg met paardentractie te bouwen om
Belgische steenkool naar Holland te transporteren. Zo waren rond 1830
enige lijnen aangelegd in de streek van Bois du Luc, Grand Hornu, Flénu
. Rond 1835 werd de paardentractie door stoomtractie vervangen.
Op 5 mei 1835 vond dan de inhuldiging plaats van de eerste spoorlijn
, bestemd voor personenvervoer, tussen Brussel en Mechelen.
Vanaf 1835 bestudeerde de overheid diverse mogelijkheden om de natuurlijke
rijkdom , voornamelijk ijzererts en leisteen, uit het gebied tussen Samber
en Maas te vervoeren naar Charleroi en verder.
In April 1845 werd zodoende de NV “Chemin de fer de l’entre
Sambre et Meuse” naar engels recht opgericht. Zij bouwde en exploiteerde
de lijn Charleroi – Vireux. Deze lijn werd in diverse fasen geopend
(Charleroi – Walcourt 27-11-1848, Walcourt – Silenrieux 06-11-1853,
Cerfontaine - Mariembourg 08-06-1854 en Mariembourg – Vireux (Frankrijk)
15-06-1854.
In 1854 fuseerde de “Entre Sambre et Meuse” met de “Chemin
de fer d’Anvers – Rotterdam” tot de “Grand Central
Belge”. Op 1 1- 1897 werd deze door de Belgische Staat overgenomen.
Tot 1902 was Vierves het grensstation met Frankrijk. Vanf dan werd Treignes
het grensstation waar , op het hoogtepunt van haar bestaan, zeven opstelsporen
en een draaischijf werden opgericht.
Rond 1925 werd de lijn op dubbelspoor gebracht. Hiervan zijn her en
der nog enkele overblijfselen te vinden.
Langzamerhand werd de trafiek kleiner en kleiner;
de lijn werd op 29 september 1963 gesloten voor reizigersverkeer tussen
Mariembourg en Vireux. Het goederenvervoer hield het nog vol tot 12
oktober 1977 . Het stukje spoorlijn dat nu door de “stoomtrein der drie Valleien “ wordt
uitgebaat droeg eertijds het lijnnummer 132.
Van Mariembourg naar Treignes – De lijn 132.
De lijn doorkruist de valleien van de Brouffe, het “Witte” en
het “Zwarte Water”; deze laatste vormen dan de Viroin (vandaar “Stoomtrein
der drie Valleien”) en loopt drie verschillende geografische gebieden
- de “FAGNE” een grote depressie van
leem op een ondergrond van leisteen. Het is een dunbevolkte streek
overdekt met wouden en , weinig vruchtbare, veenweiden. Mariembourg
is hier gelegen.
- “LA CALESTIENNE”: (tussen Mariembourg en Olloy – sur – viroin)
Deze streek is gekenmerkt door een opeenvolging van kalkrotsen en valleien
met afzettingsslib. Er werden vooral geiten en schapen gekweekt. Door
haar kalkachtige ondergrond is deze streek een van de rijkste regio’s
van België op gebied van fauna en flora. De ondergrond zorgde
er bovendien voor dat de voorhistorische mens beschutting vond in grotten
en holen. Tevens werden in de valleien graangewassen geteeld. De aanwezigheid
van ijzererts maakte in de 19de eeuw de ontwikkeling van de staalnijverheid
mogelijk.
- “DE ARDENNEN” : (Olloy – sur – Viroin – Treignes)
Vanaf Olloy zijn de eerste uitlopers van de Ardennen zichtbaar. Hier
ligt de nadruk op de bosbouw, welke een belangrijke economische activiteit
in de regio vertegenwoordigden.
Gedurende enkele decennia kende deze regio een gunstige economische
ontwikkeling , welke door de komst van de spoorweg nog geactiveerd werd.
Door de uitputting van de natuurlijke rijkdommen geraakte de streek een
beetje in verval.
MARIEMBOURG.
In 1546 , onder Maria van Hongarije, zuster van
Karel V, werd de vesting “Mariembourg” opgericht.
Het fort moest de streek beschermen tegen Frankrijk.
In 1659 werd Mariembourg Frans eigendom (lodewijk XIV, verdrag der pyreneën).
In 1815 werd de vesting aan het koninkrijk der Nederlanden. In 1830 werd
het een Belgische gemeente.

Het stratenplan van Mariembourg vertoont de typische kenmerken van een
vestingstadje ; stervormige straten dien op een centraal pleinsamenkomen.
De vesting werd in 1855 ontmanteld.
In Mariembourg was tevens een belangrijk contingent spoormannen gehuisvest.
De “ster van Mariembourg” werd hier immers gevormd door de
spoorlijnen naar Chimay, Couvin, Doische (maasvallei) en Vireux.
Vandaag is het toerisme de belangrijkste inkomst voor het stadje.
De spoorweginstallaties van de vzw
in Mariembourg.
De installaties van NMBS en de VZW “Stoomtrein der Drie Valleien” zijn
volledig van elkaar gescheiden. Diverse reglementen verbieden immers
een gezamenlijke exploitatie.
De locomotievenloods , in rotonde vorm, is samen met deze van Florennes
de enige van het Belgische net in die vorm. De loods telde 6 sporen,
waarvan er momenteel terug 5 in dienst zijn. Een driewegwissel verschaft
toegang tot de loods. Een draaischijf heeft Mariembourg nooit gekend.
Wel is er een (gedeeltelijk buiten dienst) keerdriehoek.
De watertoren annex waterkraan evenals het kolenpark (de kolenkraan
dateert uit 1910 !!!)vervolledigen het geheel.
Nismes.
Het station uit 1868 ligt op een eindje van het
centrum. Nu is het privé-bezit.
Nismes is nu het centrum van de fusiegemeente Viroinval. Het dorp is één
van de oudste uit de streek. Men vind er nog sporen van bewoning die
35000 jaar oud zijn , bv “Roche Trouée “ te Nismes, “Trou
des Blaireaux “ te Vaucelles, “Trou de l’Abîme “ te
Couvin. Sommige werktuigen (silex) zijn zelfs 70000 jaar oud.
In de 10de eeuw behoorde Nismes tot de abdij van
Saint-Germain des Prés.
De franse Koning, “Robert le Pieux” verkreeg dan de gronden
van Nismes, maar ook Boussu, Couvin, Pesche en Frasnes. Later schonk
hij ze aan zijn zuster Hedwige, echtgenote van Régnier IV van
Henegouwen. Tenslotte verkocht Boudewijn II van Henegouwen de gronden
aan het Luikse episcopaat.
Meer dan 3000 jaar kende deze streek een hoge economische
ontwikkeling dank zij de ontginning van ijzererts. In de 18de en 19de
eeuw zorgde de staalnijverheid dan ook voor de grote rijkdom van de
familie “Licot”.
De oude cisterciënserabdij van Nismes werd verbouwd tot kasteel
en herbergt nu het gemeentehuis van Viroinval. De lokale ijzergieterijen
gebruikten vaak nog gietafval uit de Gallo-Romeinse tijd (in het plaatselijk
dialect : “crayats de sarrasins”. De inwoners van Nismes
noemde men dan ook wel “Les Crayats”.
Door de teloorgang van deze industrie ,voornamelijk
door de aanwending van nieuwe technieken vanaf de 19de eeuw, werden
de grondstoffen dan ook naar Charleroi verstuurd; één van de orprichters van
die nieuwe nijverheid was juist M; Licot…..
De vroegere ijzergieterij werd vervangen door een houtzagerij, welke
nu nog steeds actief is. In de vroege 20 ste eeuw kwam ook de klompenmakerij
tot ontwikkeling.
Bezienswaardigheden in de onmiddellijke omgeving
: het voormalige pesthuis “Ferme
de la Maladrerie” evenals het “Baljuwhuis”. Even buiten
Nismes is ook de merkwaardige “Fondry des Chiens” (uniek
in ons land)
Van Nismes naar Olloy sur
Viroin.
Vanaf nu bevinden we ons in de Viroinvallei.
Wij blijven deze volgen tot in Treignes.
Even voorbij het station van Nismes bemerkt U op uw linkerzijde de oude
leerlooierij waarvan de restauratie in volle gang is. Nu is er ook een
kreeftenkwekerij gevestigd.
Boven de leerlooierij torent de “Roche à Lomme” uit,
in vroegere tijden een aanduiding van de scheiding tussen twee leengebieden.
Op de “Roche à Lomme” staat nu een stenen kruis, doch
er zijn aanduidingen dat deze rots reeds in de Romeinse tijd diende als
uitkijkpost van de heerbaan tussen SaintQuentin en het gebied tussen
Samber en Maas.
Even voorbij de looierij rijdt de trein door de
tunnel van “Les
Abannets”. Deze heeft een lengte van ongeveer 500 meter. . De Viroin
loopt hier rond de heuvel en daagt even voorbij de tunnel weer op. De
naam “Les Abannets” komt voort van een in onbruik geraakt
Frans werkwoord “abannir” (verbieden). Eertijds vaardigde
de Prinsbisschop van Luik een verbod uit om dieren in deze regio te laten
grazen, daar her en der zeer diepe , en gevaarlijke putten voorkomen.
Eén der bekendste is de “Fondry des Chiens” 
Na de tunnel bemerkt U op uw linkerzijde een steengroeve waar nog steeds
zand- en kalksteen gewonnen wordt. Even verder kruist de lijn de N99
. Een oud , nog steeds in dienst zijnd , twee-standen sein met paletten
beveiligt de overweg. We komen nu aan in het station van Olloy sur Viroin.
Olloy sur Viroin.
Dit station, nu eigendom van de gemeente Viroinval,
werd gebouwd in 1901. Toen het station nog in dienst was van de NMBS
heeft het meermaals de prijs van het meest bebloemde station van België gekregen.
Tevens heeft het station meermaals als filmdécor gediend. Op te
merken valt dat in de omgeving in 2004 archeologische opgravingen plaats
vonden welke een schat aan informatie uit de Keltische periode bevatten.
D’Olloy sur Viroin naar
Vierves.
We vervolgen onze rit door het centrum van het dorp (opgepast 3 overwegen
zeer kort na elkaar) waarna we na een nijdige helling de halte op verzoek “Rolinvaux” naderen.
Deze helling is de enige in de richting van Treignes (van Mariembourg
naar Treignes daalt de spoorlijn !!). Wanneer hier de rode vlag getoond
wordt stopt de trein om vervolgens , door een prachtig landschap te
rijden om het station van Vierves te bereiken.
Vierves
Dit
dorp, terecht één van de mooiste dorpen van Wallonië,
is gebouwd rond een kasteel waarvan de bouw begon in de XVde eeuw.
Na een brand in de XVIII eeuw werd het gerestaureerd en is tot
op heden onveranderd bewaard gebleven. Hier worden tevens nog oude
tradities in ere gehouden ; denk maar aan het Carnaval en de “Mardi
Gras”. Bovendien is het station van Vierves verbouwd tot
Verblijf voor natuureducatie, het “Centre Marie Victorin”.
|
De Vierves à Treignes
De spoorlijn kronkelt rustig verder door
het landschap waarbij wij meermaals de Viroin kruisen (in totaal 11 keer
voor het ganse parcours). Zo bereiken wij stilaan het eindpunt van de
lijn; het station van Treignes.
Treignes
Treignes, ook wel “Museumdorp” genoemd
herbergt 4 musea :
- Muséé du machinisme agricole (oud landbouw alaam);
- Musée du Malgré Tout
(oude electriciteitscentrale waar interessante thematische tentoonstellingen
georganiseerd worden)
- Ecomusee (met oude ambachten
uit de regio)
- Het spoorweg museum.
Daarnaast
zijn er, even buiten het dorp , nog restanten van een gallo- romeinse
villa te bezoeken.
Treignes is echter vooral het dorp van “Toine Culot” , le
maiëur (schepen) de Trignolles. Toine Culot is een personage uit
de boeken van Arthur Masson, een Waalse streekschrijver.
Het station van Treignes
In 1972 richtte de ULB (vrije universiteit
Brussel) in het station een laboratorium in ter bestudering van de
natuur ; dit gebied is namelijk één van de rijkste regio’s
van het land inzake fauna en flora.
De CFV3V
te Treignes
Waar vroeger de opstel- en rangeersporen
lagen werd , begin de jaren negentig begonnen met de bouw van een imposant
museum annex cafetaria en werkplaats. Hier is het “Centre de
Formation” gehuisvest. In het werkhuis , voorzien van al het
nodige alaam, inclusief een rolbrug van 20 ton hefvermogen, wordt al
het rollend materieel van de vereniging onderhouden en gerestaureerd.
De site van het station wordt vervolledigd met een
draaischijf (met handbediening !!!). Als U goed kijkt zult U nog kogelinslagen
uit WO II aantreffen. De Watertoren naast het station is niet meer
functioneel. De voormalige goederenloods dient nu als opslagplaats
van oude landbouwwerktuigen. Aan de ingang van de site staat nog een
vervallen seinhuis.
|